Sclerocompressietherapie Schuim

Sclerocompressietherapie, beter bekend als het wegspuiten van spataderen, wordt meestal toegepast bij ‘kleinere’ spataderen of als nabehandeling bij de chirurgische ingrepen. Door een vetoplossende vloeistof om de tien centimeter in de spatader in te spuiten, wordt de gladde vaatwand stroef en verkleven de vaatwandjes met elkaar, waarna ze verschrompelen. Dat gaat met behulp van een elastische kous of een drukverband. Het bloed neemt nu keurig de oorspronkelijke weg terug naar het hart. Na verloop van tijd is de ader niet of nauwelijks meer te zien.

Bij schuim sclerocompressietherapie wordt de in te spuiten vloeistof meestal van tevoren `opgeschuimd`. Dit schuim is dikker en werkt daardoor nog beter in op de vaatwand. Met deze methode kunnen de middelgrote tot grote aderen worden behandeld. Het schuim kan zich namelijk beter over een groter oppervlak verspreiden.

De duplexscan wordt dan ook tijdens de behandeling gebruikt om te controleren of de vloeistof wel goed in de te behandelen ader terecht komt. Er vindt bij sclerocompressietherapie geen verdoving plaats.
De injectienaald is heel fijn waardoor er vrijwel geen pijn tijdens de behandeling wordt gevoeld.

Na de ingreep dient de elastische kous een aantal dagen overdag en ’s nachts te worden gedragen omdat de druk ervoor zorgt dat de vaatwanden aan elkaar blijven kleven. Eigenlijk is het dragen van de elastische kousen het grootste ongemak, maar wel absoluut noodzakelijk.

Na de behandeling

spataderen inspuiten sclerocompressietherapieNa de behandeling is het mogelijk dat de spataderen nog een tijdje zichtbaar en voelbaar zijn. Rond het behandelde gebied kan roodheid ontstaan als reactie op de ingespoten vloeistof. Dit verdwijnt spontaan binnen enkele dagen. Soms treden bruine verkleuringen op die normaal gesproken binnen enkele maanden spontaan zullen verdwijnen. Echter in zeer uitzonderlijke gevallen kan het zijn dat deze verkleuring van blijvende aard is. Er mag slechts een beperkte hoeveelheid vloeistof per behandeling in het vaatstelsel ingespoten worden om verkleuringen en andere complicaties en bijwerkingen te voorkomen. Daardoor kan het nodig zijn om de behandeling te herhalen.

Weliswaar is na 3 weken al resultaat zichtbaar, maar van het uiteindelijke resultaat is pas sprake na minimaal 3 maanden, omdat gedurende die tijd nog vaatjes spontaan kunnen ‘verdwijnen’. De sclerocompressietherapie is met name zeer geschikt voor de nabehandeling o.a. na lasertherapie (EVLB) of strippen.

Complicaties

Omdat het niet helemaal te voorkomen is dat het inspuitmiddel zich met bloed vermengt, is er een kans dat de ader weer open gaat. De ader zal dan opnieuw behandeld moeten worden. Bij sclerocompressietherapie geeft de ingespoten vloeistof wel een plaatselijke reactie in de ader, maar zijn er verder weinig bijwerkingen voor de rest van het lichaam. Een hoogst enkele keer kan een overgevoeligheidsreactie voorkomen. Naast een allergische reactie is het mogelijk dat een steriele ontsteking ontstaat. Als gevolg van bijvoorbeeld onvoldoende druk, kan bloed achterblijven in de ingespoten ader. Als dit gaat ontsteken, wordt dit soms erg gevoelig en dient u terug te komen voor een nabehandeling. Het bloed wordt dan weggehaald met behulp van een kleine naaldenprik op de plaats van de ontsteking. Het is een kleine ingreep en u bent direct verlost van de pijn. Ook na deze behandeling is het belangrijk dat u de elastische kous nog enkele dagen draagt en wordt u geadviseerd om veel te bewegen.

Bij de volgende vestigingen van Polikliniek de Blaak kunt u terecht voor schuim sclerocompressietherapie behandeling van spataderen: Rotterdam, Haaglanden en Tilburg.

We bellen u binnen 2 werkdagen terug. Bij geen gehoor ontvangt u een email.